← Terug naar kennisbank

De Shang-dynastie (1750-1122 v. Chr.)

De Shang-dynastie (1750-1122 v. Chr.)
Geschiedenis van de TCM Dynastieën en medische ontwikkeling

De Shang-dynastie: de eerste historisch bewezen beschaving en haar vroegste geneeskunde

Met de Shang-dynastie betreden we voor het eerst in de Chinese geschiedenis werkelijk aantoonbaar historisch terrein. Waar de Xia-dynastie nog deels in de schemering van de mythe staat, is de Shang de eerste dynastie waarvan het bestaan onomstotelijk is bewezen — via orakelbeenderen, bronzen inscripties en archeologische opgravingen. Voor de Traditionele Chinese Geneeskunde is de Shang-periode eveneens van groot belang: het is de tijd waarin de eerste herkenbare medische instrumenten opdoken en de eerste stappen werden gezet op weg naar een systematische geneeskunde.

Een dynastie van broers en clans

De Shang-dynastie begon, aldus de Chinese overlevering, toen Tang — een man van grote wijsheid en deugd — de laatste heerser van de Xia-dynastie, de tiran Jie, van zijn troon stootte. Daarmee vestigde hij een nieuwe dynastieke orde die zou duren van ruwweg 1750 tot 1122 voor Christus, al zijn de precieze begin- en einddatums nog steeds onderwerp van discussie.

Opmerkelijk aan de Shang-opvolgingstraditie is dat de macht niet automatisch van vader op zoon overging, maar veelal van broer op jongere broer. Heersende clans wisselden elkaar af in het leveren van nieuwe koningen. Dit gaf de Shang-periode een politieke dynamiek die wezenlijk verschilde van de latere dynastieën, waar directe vaderzoon-opvolging de norm werd.

De eerste medische instrumenten: de Bian-steen

De geneeskunde tijdens de Shang-dynastie was rudimentair maar niet zonder betekenis. Het meest kenmerkende medische instrument van deze periode was de Bian — uitgesproken als "bjen" — een scherpe steen die werd gebruikt om abcessen te draineren en lichamelijk ongemak te bestrijden. De Bian-steen is in zekere zin de voorloper van de acupunctuurnaald: beide zijn instrumenten die het lichaam op een specifieke locatie penetreren om een therapeutisch effect te bereiken.

Naast steen werden waarschijnlijk ook jade, mica en asbest gebruikt voor soortgelijke doeleinden. Later in de Shang-periode evolueerden deze instrumenten naar scherpe doornen, schilfers van bamboe, bot en hoorn. De overgang van ruwe steen naar meer verfijnde materialen weerspiegelt een geleidelijke ontwikkeling in het geneeskundig denken en de technische vaardigheden van de periode.

Geen kruiden, geen systeem — maar wel een begin

Het is belangrijk te benadrukken wat de Shang-geneeskunde nog níet kende. Kruiden — die later zo'n centrale rol zouden spelen in de TCM — werden in deze periode nog niet medicinaal toegepast. Er was ook nog geen sprake van een theoretisch systeem: geen Yin-Yang theorie, geen Vijf Elementen, geen meridianen. De geneeskunde was puur praktisch en empirisch: men behandelde wat men zag, met de middelen die voorhanden waren.

Tegelijkertijd was de Shang-geneeskunde diep verweven met religie en ritueel. Ziekte werd beschouwd als de uitdrukking van verstoorde relaties met vooroudergeesten. Orakels — gegraveerd op schildpadpantsers en ossenschouderbladen, de beroemde "orakelbeenderen" — werden geraadpleegd om de oorzaak van ziekte te achterhalen en de juiste rituele remedie te bepalen. De genezer en de priester waren in deze periode nog één en dezelfde persoon.

De erfenis van de Shang voor de TCM

Hoewel de Shang-geneeskunde ver verwijderd lijkt van de verfijnde theorie van de latere TCM, legt zij toch een belangrijk fundament. De Bian-steen is de conceptuele voorloper van de acupunctuurnaald. De praktijk van het draineren van abcessen en het behandelen van pijn via instrumentele penetratie van het lichaam is een vroege uitdrukking van het principe dat later in de acupunctuur werd verfijnd. De Shang-periode bewijst dat de zoektocht naar genezing in China al meer dan drieduizend jaar oud is — en dat die zoektocht begon met steen, spierkracht en een scherp observatievermogen.